Archieven

Dit bericht is 625 keer gelezen

Het is half augustus wanneer ik dit schrijf, De zomer weet nog niet van wijken. Het is vakantietijd. Iedereen lijkt vertrokken. De stilte hangt zwaar, bijna tastbaar tussen de huizen. De twee Turkse tortels die mijn tuin als vaste stek hebben, zitten relaxed op de pergola in de schaduw van de druivenranken.

Ze hebben hun voerbakje leeggegeten. Ik weet dat ze over een paar uur weer gaan bedelen en soms geef ik ze een extra handje graan. Ik moet nog wel eens, wanneer ik weer wat voer in het bakje doe, aan een scene uit mijn jeugd denken, toen we om 12 uur nog ‘warm aten.’ Mijn vader kwam dan op zijn bromfiets naar huis en kon dan zijn warme prak naar binnen werken om daarna een kort dutje te doen. Die middag echter was de prak wel érg warm. Het advies van mijn moeder om dan maar te blazen viel niet in goede aarde. Hij pakte zijn bord, liep ermee naar buiten en zette het op de regenton.. “Zo, nu koelt het tenminste snel af,” zei hij toen hij weer aan tafel plaatsnam. Hij had de zin nog niet uitgesproken of een zwerm spreeuwen daalde als manna uit de hemel neer. Ze vraten in enkele seconden zijn bord vechtend en schetterend leeg en scheten van opwinding de boel onder. Hij vloog naar buiten. Te laat! Wij stikten van het lachen. Verslagen kwam hij met zijn geteisterde bord binnen en zei: “Mattheüs 6 vers 26. Zie de vogelen des hemels, zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren en toch voedt onze Hemelse Vader die. Dat kan wel zo wezen, maar dit is niet eerlijk, zo kan ik het ook.” Kortom: zorgen voor de dag van morgen heeft geen zin, het komt altijd wel weer goed. Zo moeten die Turkse tortels het bij mij ook ervaren. Ze wachten rustig op hun dagelijkse portie en lijken zich totaal geen zorgen te maken. 

De druiven beginnen al behoorlijk te verkleuren. Van mintgroen tot rozerood en hier en daar al diepblauw met zo’n diffuus dauwlaagje er op. Het geeft ook aan dat, hoe warm het nu ook nog is, de zon aan kracht gaat inboeten, de avonden killer zullen worden en de lampen eerder aan gaan. Over een week of zo is het weer gedaan met de rust. Dan zijn de parkeerplaatsen in de straat allemaal bezet en rijdt er veel meer verkeer lawaaiend langs mijn huis. Wanneer ik de caravans en volgestouwde auto’s terug zie komen denk ik wel eens: Jammer, het is weer voorbij. Maar dat is maar even. De routine van het dagelijks leven geeft de mens houvast. 

In tegenstelling tot de druiven begint de tuin juist kleur te verliezen. Rond de vijver was het zo’n chaos dat ik vond dat er iets aan gedaan moest worden. Ik trok plantenresten weg en greep resoluut in de stekels van mijn huisegel. Ze gingen dwars door mijn handschoenen heen. In ieder geval weet ik nu waar hij slaapt overdag. Varens die bruin worden, zaaddozen op de plaats waar bloemen zaten, hier en daar al afvallende bladeren, de cyclus van het leven. Wanneer je jong bent sta je daar niet bij stil en zo hoort het ook. Alles ligt open voor je. Maar wanneer je, zoals ze hier zeggen, “de meeste aardappels wel op hebt” en voor mij geldt dat redelijkerwijs gesproken ook, dan heb je steeds minder toekomst en een groeiend verleden. Dat heeft ook z’n charmes. Als je veel, zo niet alles al hebt meegemaakt, bezie je het leven doorgaans wat afstandelijker en met meer berusting en nuance, althans zo vergaat het mij.  Toen op een middag in 1957 tijdens het eten de radionieuwsdienst van het ANP meedeelde dat de Russen hun eerste kunstmaan, de Spoetnik, de ruimte in hadden geschoten, barstte mijn moeder in tranen uit. Voor haar was het duidelijk: “Nu komen de Russen.” Ze kwamen niet. Daarom denk ik ook nu nog regelmatig aan Mattheüs 6 vers 26. Het gaat altijd anders dan je verwacht.

Dit bericht is 625 keer gelezen

Deel dit:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief