Archieven

Dit bericht is 1945 keer gelezen

Je ziet ze dagelijks rijden. Gezellig kwebbelend, met z’n vieren naast elkaar  over de volle breedte van de weg, of alleen, ploeterend , kromgebogen tegen de wind en regenvlagen trotserend op weg naar school of naar huis. Ik heb het ook jaren gedaan, iedereen deed het, van Bergambacht naar Schoonhoven v.v.

Anderen gingen naar Gouda, dubbel zover. Er was geen alternatief. De bus was te duur. Op kou en regen kon je je kleden. Of ik toen wist wat ik ‘wilde worden?’ Ik probeer het me te herinneren, maar het schiet me niet te binnen. Vaag wist ik dat het ‘iets in de techniek’ zou zijn, omdat ik graag aan een oude brommer sleutelde. Hij was van mijn tante geweest. Zo’n Berini met een ‘eitje’ op het voorwiel als aandrijfmotor. Nee, logisch was het niet. Taal lag me veel beter. Toch zette ik door en kon zelfs ‘doorleren’ zoals dat vroeger heette. Na studie en stage ging ik machines bouwen.

De wereld werd mijn werkplaats, eerst met een mentor, ‘om het vak te leren,’ daarna altijd alleen. Van het hoge noorden in Zweden tot het diepe zuiden van Italië. Van onze directe oosterburen tot ver achter het toenmalige ijzeren gordijn. Ik kon me uitleven in mijn liefde voor talen. Voer vanuit Roemenië over de Zwarte Zee naar Odessa in wat toen nog Rusland was. Russen kwam ik later nog eens tegen op 21 augustus 1968 op het Wenceslasplein in Praag. Daar waren ze stukken minder vriendelijk met hun ratelende tanks. De Praagse Lente werd bruut neergeslagen. Het was een avontuur  dat zes jaar duurde, toen vond ik het genoeg.

Toch was de volgende baan op een andere manier net zo spannend. De techniek van het Erasmus MC, dat toen nog Dijkzigt heette, kreeg mijn aandacht. Vergelijk een ziekenhuis maar met een groot schip. Dat moet ook volledig zelfstandig kunnen draaien. Dat was onze taak. Ook hier kreeg ik de eerste tijd weer een begeleider, al was het alleen al om thuis te geraken in die wirwar van gangen en machinekamers. Hij had een bijnaam: De ‘metaalchirurg.’ “Daar kom je zelf wel achter” was zijn antwoord toen ik hem vroeg waaraan hij die naam dankte. Hij weigerde het te vertellen. Van de overigen werd ik ook niet wijzer. Ze meesmuilden hooguit wat, wanneer ik er naar vroeg. “Je hoort het wel een keer.”

Toen ik er vrijwel nooit meer aan dacht, kondigde dat moment zich plotseling aan. Het was tijdens een nachtdienst. Ik was de enige technicus in het gebouw. Mijn pieper ging. Spoedeisende Hulp: “We hebben je nodig.” Oké dat kwam meer voor. Nietsvermoedend  liep ik de afdeling op en vroeg wat het probleem was. Ik zag dat de verpleegkundige haar gezicht in de plooi probeerde te houden. Ze wees naar een OK. “Daarbinnen op de OK-tafel.”   Er lag een man. Zijn schoenen en broek lagen op een stoel, zijn onderlichaam was afgedekt . De chirurg tilde het laken op en daar zag ik het probleem. Er zat een metalen ring om z’n dinges. “Wij krijgen hem er niet af , heb jij iets?” Ik zal de procedure verder niet beschrijven, maar het is gelukt, onder veel geschreeuw en geweeklaag van het slachtoffer.

Dit akkefietje maakte me nog geen metaalchirurg. Die nacht kreeg ik het verhaal te horen van de chirurg. Hij was erbij geweest. Mijn collega had die erenaam verworven omdat hij op de OK ooit een man uit de innige samensmelting met het gedemonteerde carter van z’n bromfiets had bevrijd. Met het losse carter aan zich verbonden was hij in de ambulance getild. Na het boren van een serie gaatjes  in het aluminium rond de aangedane delen kon het zaakje worden losgetikt. Dit verhaal had ik van z’n leven niet kunnen bedenken. Dit was mijn eerste ‘operatie.’ Er zouden er nog een aantal volgen in de loop der jaren en met de meest vreemde attributen. Het leven is een circus!

Dit bericht is 1945 keer gelezen

Deel dit:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meld je aan voor onze nieuwsbrief