Archieven

Dit bericht is 1354 keer gelezen

Zo rond 1900 kwam mijn grootvader van vaders kant, als een laatste Batavier, met zijn zeilschip, volgeladen met turf, de Lek afzakken om in Bergambacht aan te leggen en zijn vracht af te leveren. Hij was afkomstig uit Alteveer, een gehucht nabij Hoogeveen in het Drentse veengebied. Een wat stille man die desondanks genoeg overredingskracht bleek te bezitten om de dochter van de lokale Bergambachtse brandstoffenhandelaar succesvol het hof te maken. Hij zeilde nog wel een aantal malen terug naar het Drentse land om een lading turf te halen, maar uiteindelijk legde hij definitief aan in de Krimpenerwaard. De dochter van zijn klant was zijn bonus. Ze zou mijn oma worden.

Lang heb ik hem niet gekend, hij overleed in 1954. Ik herinner me nog wel zijn zwijgzame aard en de stekende oogjes waarmee hij je vanonder zijn pet indringend kon aankijken. ’s Middags, na de warme prak, werd er Bijbel gelezen. Dan was het opletten geblazen. Het gebeurde wel dat hij plotseling stopte en aan je vroeg: “laatste woord?”  Wanneer je had weg zitten dromen en het niet wist, was zijn blik genoeg om je in een klomp te laten wegkruipen.

Ik moest onlangs ineens weer aan hem denken. Het was Open Monumentendag en ik bevond me als gids van een groep belangstellenden op de klokkenzolder van de Bergambachtse Laurentiustoren, direct onder de spits.  Door de galmgaten kon je, naar beneden kijkend, een stuk van de omgeving rond de kerk zien. We bevonden ons op zo’n vijfendertig meter hoogte en toch ook dan al bekruipt me soms dat ‘vliegtuiggevoel.’  Een zekere onthechting. U herkent het misschien. Wanneer je van 10 km hoogte naar beneden kijkt en slechts gekleurde vlakken zonder veel details ziet, is het al moeilijk voor te stellen dat daar beneden wordt gelachen, gevochten, liefgehad, gestorven en gebaard, om maar iets te noemen. Hoe moeten astronauten zich dan voelen wanneer ze vanuit de ruimte op die prachtige blauwe planeet neerkijken.

Nu zag ik het huis waar hij had gewoond en de plek waar de kolenzaak stond die hij had overgenomen van zijn schoonvader. Het huis waar later ons gezin woonde en waar ik opgroeide. De plek waar ooit de grote 18e eeuwse pastorie had gestaan op de plaats van het huidige benzinestation. Ik zag de voormalige 17e eeuwse smederij, waar nu een notaris woont. Weinig is nog hetzelfde. Omnia transit, zeiden de Romeinen. Alles gaat voorbij. Zo zal het altijd zijn.

Ja, ik ben dit keer wat beschouwend, je hebt weleens van die momenten. Er gebeurt zoveel dat je soms de neiging krijgt om je even terug te trekken en het van afstand, of misschien helemaal niet te bekijken en je denkt: Het zal mijn tijd wel duren. Toch is dat maar even. Daar heb ik het karakter niet voor. Het leven is u eenmaal een leerschool waar je de lesstof zelf moet ontdekken  en uitwerken. Twee eenvoudige lessen van mijn grootouders zijn me altijd bijgebleven: Mijn oma gaf liever tien dubbeltjes weg aan verschillende mensen dan een gulden aan één persoon. “Je moet zó geven dat je kunt blijven geven,” was haar credo. Mijn opa had ook een praktische les voor me: Ook vroeger werd er blijkbaar nog wel eens om een ‘shaggie’ gebietst. In zo’n geval overhandigde hij zwijgend zijn tabaksdoos aan de vrager. Wanneer deze de doos opende zag hij als eerste een papiertje, dat aan de binnenkant van het deksel was geplakt waarop stond:  “koop zelf tabak.”

Dit bericht is 1354 keer gelezen

Deel dit:

2 Reacties op Omnia transit – Column Roel Botter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meest gelezen
  • No results available
Meld je aan voor onze nieuwsbrief