Archieven

Dit bericht is 2169 keer gelezen

KRIMPENERWAARD- Eerder dit jaar is de vondst van de Romeinse ring besproken met de belofte dat deze keer nader wordt ingegaan of er nog meer Romeinse vondsten zijn aangetroffen in de Krimpenerwaard. En of dat bewijst dat de Romeinen zich ook in deze Waard hadden gevestigd.

Het antwoord op het eerste deel van deze vraag is bevestigend. Onder andere de SAK heeft al eerder Romeinse munten aangetroffen. De kwaliteit van deze munten is echter vaak minimaal, vanwege de bodemaantasting. De munten hebben vele honderden jaren in het veen of in de klei gelegen, waardoor het opschrift deels of helemaal is vergaan en niet meer te lezen valt van welke Romeinse keizer de beeltenis is die op de munt heeft gestaan.

Echter, zelfs een klein deel van een opschrift (naam) is voor kenners soms al voldoende om toch te kunnen achterhalen of het daadwerkelijk een Romeinse munt is. De muntdeskundige van de SAK heeft op deze manier al munten uit de Romeinse periode kunnen herkennen nadat hij ze met een metaaldetector had ‘opgepiept.’

De volgende Romeinse munten zijn opgegraven

  • Koperen as, 37 – 41 na Chr. , van keizer Gaius Julius Caesar Germanicus.  Gewicht 10,25 gr. Het bijzondere aan deze munt is dat er een “klop van keizer Tiberius” is ingeslagen, een instempeling op een munt, waarmee de heersende keizer aangaf dat hij aan de macht was. Vindplaats: grens Schoonhoven/Willige-Langerak.
  • Koperen as, 1 e – 2 e eeuw na Chr. De beeltenis is niet meer te zien. Gewicht
    17,69 gr. Vindplaats Opperduit Lekkerkerk.
  • Koperen as, 1 e eeuw na Chr. Gewicht 11,22 gr. De beeltenis is niet meer te zien. Vindplaats Lekkerkerk.
  • Koperen quadrans, ca. 250 – 260 na Chr. De beeltenis is niet meer te zien. Gewicht 1,57 gr. Vindplaats Lekdijk Lekkerkerk.
  • Zilveren dinarius,1 e – 2 e eeuw na Chr. Gewicht 2,13 gr. De beeltenis is niet meer te zien. Vindplaats Ouderkerk.

Onderzoek jaren ’90 in de Krimpenerwaard
Ruurd Kok, destijds gemeentelijk archeoloog van Gouda, heeft eind jaren ’90 van de vorige eeuw uitgebreid onderzoek gedaan naar Romeinse overblijfselen in ons gebied. In zijn artikel, geeft hij een overzicht welke vondsten er zijn gedaan in de Krimpenerwaard.

Op de afbeelding hieronder kunt u zien waar men deze vondsten heeft gedaan in de Krimpenerwaard bij de nummers 5 (Bergambacht – Achterbroek) 6 (Schoonhoven) 7 (Ouderkerk – Kromme Geer en Zijde polder) en 8 (Krimpen aan den IJssel – Sliksloot/Stormpolder).

tekst gaat door onder de foto

5 – Bergambacht
In 1968 wordt melding gemaakt van ‘een mesje met een heft in de vorm van een Januskop, Romeins?’, gevonden in de polder Achterbroek ten noordoosten van de Stolwijkervliet, tussen de Voor- en Achterwetering. Het mesje is verloren geraakt.

6 – Schoonhoven
In Schoonhoven is er een Romeinse munt gevonden van keizer Claudius. De munt is in maart 1879 opgenomen in de Inventaris van het RMO met de mededeling: ‘Gevonden volgens opgaaf in den tuin van een gewezen klooster te Schoonhoven, door den Zoon van [conservator] Dr. Pleyte van een schoolkameraad Meerburg ontvangen. Er waren meerdere kloosters in Schoonhoven en de precieze vindplaats is niet te achterhalen.

7 – Ouderkerk
Langs de benedenloop van de Hollandsche IJssel zijn nog enkele vindplaatsen met Romeins materiaal bekend. Provinciaal archeoloog Sarfatij meldde in 1969 dat ‘enige tientallen jaren geleden’ zes Romeinse munten zijn gevonden ten noordoosten van Ouderkerk aan den IJssel. Deze munten zijn aangetroffen tijdens het opschonen van sloten.

De vindplaats ligt in een gebied met klei-afzettingen langs de Hollandsche IJssel op ongeveer 1 km van de rivier. Gezien de datering sluit de munt van Constantinus niet aan bij de rest en gaat het hier niet om een samenhangende muntvondst. Het is niet bekend waar de munten zich bevinden.

8 – Krimpen aan den IJssel
Verder zijn in Krimpen aan den IJssel aan de Stormpolderdijk in of kort voor 1935 vondsten van ‘prehistorische, Romeinsche en vroeg-middeleeuwsche oudheden’ aangetroffen. Deze zijn door het toenmalige Rijksmuseum van Geologie te Leiden overgedragen aan het RMO.

Het zijn waarschijnlijk ook de ‘scherven van Romeinsch aardewerk te Krimpen aan den IJssel’ waarover Byvanck in 1943 schrijft. Nader onderzoek van de vondsten wijst uit dat het gaat om een laatmiddeleeuwse aardewerkcomplex uit de elfde/twaalfde eeuw met enkele Romeinse (4) en vroegmiddeleeuwse (3) scherven. Gezien de verweerde staat van de vier Romeinse gaat het om verplaatst (verspoeld) materiaal. Het betreft hier dus geen Romeinse nederzetting. De Romeinse scherven kunnen afkomstig zijn van een van de bekende vindplaatsen in Capelle aan den IJssel.

Onderzoeken
Kok haalt in zijn artikel ook eerder onderzoek aan van prof. Byvanck. In 1943 schreef hij dat er Romeinsche munten zijn ontdekt in Vianen, Schoonhoven en Moordrecht en scherven van Romeinsch aardewerk in Krimpen aan den IJssel. “Al deze vondsten hebben evenwel het karakter van voorwerpen, die bij toeval zijn verloren gegaan. Over de bewoning lichten zij ons niet in”, concludeerde hij.

Als laatste heeft de SAK zelf ook een inheems-Romeinse scherf opgegraven, van aardewerk dat door de plaatselijke bevolking is gemaakt en die daarbij de techniek en de tekening heeft ‘afgekeken’ van de Romeinse overheerser. Vervolgens is er een lokale kleuring aan gegeven. Deze scherf is gevonden in Lekkerkerk en komt uit de eerste/ tweede eeuw na Chr.

Conclusie
Bij de vraag of de Romeinen zich hebben gevestigd in de Krimpenerwaard zijn twee aspecten aan de orde gesteld. Ten eerste; Zijn er vondsten van de Romeinen gevonden in deze Waard? Het antwoordt daarop is ja, er zijn vondsten van de Romeinen gevonden in de Waard.

Ten tweede; Bewijzen eventuele vondsten dat Romeinen zich hebben gevestigd in de Krimpenerwaard? Het antwoord hierop is lastiger. Twee duizend jaar geleden was de Krimpenerwaard een grote wildernis en moeras, waar wilde dieren (beer, wolf, eland) leefden en waar de mens zich maar moeilijk kon vestigen. Pas rond het jaar 1000 werd dit gebied steeds droger en werd het steeds beter begaanbaar, waarna de eerste boeren zich ‘meldden aan de poort’ van deze Waard.

Er zijn geen spore aangetroffen uit de Romeinse tijd. Wel lijkt het mogelijk dat Romeinen die in Capelle hun kamp hadden gingen jagen in deze Waard (en daarbij mogelijk een ring verloren). Ook kunnen “reizigers” in een latere tijd, bij hun doorkruising van de Krimpenerwaard, hun (Romeins) geld hebben verloren. De scherven die zijn gevonden kunnen verspoeld zijn, mogelijk uit Capelle. Kortom: het lijkt vooralsnog niet aannemelijk dat Romeinen zich in de Krimpenerwaard hebben gevestigd.

Dit artikel is tot stand gekomen dankzij Paul In ‘t Veld van de Stichting Archeologie Krimpenerwaard.

Dit bericht is 2169 keer gelezen

Deel dit:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meld je aan voor onze nieuwsbrief